HomeInkeerPagina 11

JPEG (Deze pagina), 736.92 KB

TIFF (Deze pagina), 9.55 MB

PDF (Volledig document), 23.24 MB

Gij zult die gloed die leven geeft met vind en
Zonder veel arbeids, - arbeid zonder klacht, » i
En als gij moe zijt troosten u de winden,
· En meer dan al vertroostend wordt de nacht.
Want in de wind troost die gij dán kunt dragen:
Z De aandrang van de adem der oneindigheid,
j En in de nacht bloeit als een eeuwig dagen
` Uw hoop al wortelt ze in de donkre tijd.
En eenmaal, tot het groote vuur genaderd,
i _ Zijt gij vervuld. Mijn ziel, zie dan omhoog,
Z . Dan vindt ge uw rijkdom in dat licht vergaderd,
Dat nu, zoo klaagt ge, uw arm gebed bedroog.
Dan zijt gij ’t licht, en ’t vuur, één hel, hoog schijnen:
r Ziel, wereld, tot één glans ineengedroomd,
· Glinsterende adem en oneindig deinen Z ‘
= •
j Van de ééne gloedgolfdie ’t heelal doorstroomt. j
s ’ o
• ` j l
S 1
. zg
G
è P jg .?i`?"Xèï'$'ï" " , ' ·»§. . .. °{`F p »·=3`$,«’ · QP