HomeDe bloei en enkele andere gedichtenPagina 19

JPEG (Deze pagina), 954.78 KB

TIFF (Deze pagina), 9.70 MB

PDF (Volledig document), 15.06 MB

, .·ïai­, . W ä ;ï‘·i ":*‘ =«~¥ < ‘= v 1 2:2 i"v` ~»# ‘@e#<"*
l . E `
i

I
5 DE ZOMERNACHT.
I
H ‘
l • •
‘ De nacht viel met de weelde van CCI1 mlld geweld.
De duistre stad ligt in de oneindigheid V61‘ZOHl<6I1·
ë Luid ijlt de menigte er omdat een droom haar kwelt
l Als alle wezens d d k d d k
van en on ren weemoe ron en.
De nacht viel met de weelde van een mild geweld.
Staag 1n m1ll1oenen stemmen zingt de nacht het wee ·
? Van schuchtre meisjes die hun zoete doemnis wachten.
6 Ze zingen argeloos in de oeraccoorden mee
i De zielen die ’t verliefde woord als eigen dachten.
l Staag in millioenen stemmen zingt de nacht haar wee. t
·i De nacht wordt tot een transparanten oceaan.
.. Men ademt met de lucht de zuchten van de vrouwen.
De nacht is liefde waarin dwaas lantaarnen staan
ë En trots, als metrische gedachten, de gebouwen.
E p De nacht wordt tot een transparanten oceaan. ‘
I In dezen nacht waarin alleen de bloesem waakt
l En waar de bloemen in de donkre lanen bloeien jl
f Voelt zich het meisj en in haar kleeren zwak en naakt
I En tengre jongens aadmen diep en willen stoeien
f .
~ In dezen nacht waarin alleen de bloesem waakt. iïêx.;

F

··»· H ··­.· E ~i¥* " ’ · ‘ï’ ~ t
‘ ...