HomeDe bloei en enkele andere gedichtenPagina 16

JPEG (Deze pagina), 729.35 KB

TIFF (Deze pagina), 9.70 MB

PDF (Volledig document), 15.06 MB

/‘,iï"r'V!' ` ­‘«~ '··¤•­··`. ·»· #¤­"» *·"·•`••‘«v' ¤¤•'· »· ·~ ` «*••· 1* ­ 1 ‘ · "' ;, : · ,.' »»V@¢ Fxf $2·vx{ï€a';‘,;;«j _ '·" L'g_'§,§ql­_.gä,;~j»;·j,Tl,9z•`;§5j,_gi1«»rè4ë_,, ï”Q¥b&g,g,;¥: ­. f
LQ. ‘

Eg;
j waas STIL .... ;
Wees stil nu, ziel, die door de tijden joeg ;
Om eindelijk dit kind u te gewinnen:
Ach wie reeds leed den lach dien zij weer droeg
Toen °t eeuwig wonder aan haar ging beginnen? Z
l
Wij zijn in de eeuwigheid het uur dat sloeg-
Wij levens die versterven als wij minnen-;
Haar lach was weelde van de ziel die kloeg,
Mijn weemoed de religie van de zinnen.

En de eigen lust die mij haar streelen doet, lg
De purpren zin die in haar oog komt gloeien,-
Als wilde driften van haar bronstig bloed i
,
Bij juichende overgaaf haar lichaam boeien -
j En dan die lach die sterft in haar gemoed
Zijn eeuwigheden welke in menschen bloeien.
1 2 A "
èïï;

n,.-, , . . . i, . W,- .»..­­.;.,..` »· ,<«.· aa ­ g` 4:; A :··~¤•«~•, · V ` ·· 'E§2W*·*·< · · I »«­ ··.­·...i
W·e·ï ~