HomeIdyllePagina 8

JPEG (Deze pagina), 793.05 KB

TIFF (Deze pagina), 9.46 MB

PDF (Volledig document), 27.24 MB

‘§`i'iïl‘ “
‘ï, j .

ID Y l.l.E

J
Bedelaar. I LAAP WEL, MIJN OUDSTE BROE­
der Zon, slaap wel.
Wij hebben beide onze plicht gedaan;
Gij wandelt zonder doel den hemel langs j
En ik de aarde. -- In tevredenheid
Willen wi` beide van dit wi`ze werk
J _ J
gj Rusten op welverdiende lauweren -
Gi` in de zee en ik bi` deze bron. N
. .. J . . , I
Vriendlijk daalt schemering in t moede dorp. Q
Daar komt een meisje dat zich heeft verlaat
Zich wiegend als een jonge wilgeboom
.J·eI ;
Met slanke heupen; op het donkre hoofd I
De roode waterkruik. Nu schrik maar niet, M
Ik ben geen faun al is mijn wang behaard.
Mijn voet is ongespleten en geen hoorn
Versiert mijn menschelijken zwerverskop. B
eq, . . . . +
Meisje. De steen 1S hard. Aan de ingang van het dorp
Honderd schrêe verder staat een herberg. Bed. Duif e, j
Ik zag er veel maar nergens zoo gastvrij j
Als deze vrije nacht. Mei. De wijn is goed I
Bed. Een verre wijn is altijd minder goed j
Dan water in de buurt. Mei. De koele lucht ....
Bed. Zoo is uw vader dan de herbergier? °
4


» ··e‘’ ‘ · "”*‘ ­"°`_"