HomeIdyllePagina 28

JPEG (Deze pagina), 908.84 KB

TIFF (Deze pagina), 9.55 MB

PDF (Volledig document), 27.24 MB

Heeft hij het opgedolven? Bed. Neen, geërfd; MC
Maar ook zijn vader had geen recht begrip
Der waarde. Doch zoo ik mij niet bedrieg E
Kent gij den jongen man. Moed. Dat zou ik meenen, _
gj Hij is de vrij er van mijn dochtertje. V
Bed. kWensch u geluk de schoonzoon die mijn bod i
Heeft afgeslagen, wordt een wakker man.
Moed. Wij zijn nog niet zoo ver-- ik heb hem juist
De deur gewezen. Bed. Dat was dom. Moed. Hoe kon l
Ik weten .... Bed. Neen, hij wist het zelve niet. 1 l
Moed. Meent gij, wanneer ik hem veroorloof... Bed. Wat? Mo
Moed. Terug te komen, dat hij dan mijn kind
Vertelt van al zijn rijkdom met haar deelt?
äï ·
Bed. Vertellen weet ik niet. Gelieim bezit
Is beter dan wat al de wereld weet.
in Schatten als deze zijn geen dorpsgesprek.
Maar deelen zal hij - want een knaap als hij l
Wordt zeker een voortreflijk echtgenoot.
Moed. Hoe jammer, dat ik hem heb weggejaagd.
Bed. Berouw komt soms op tijd. Roep hem terug.
Verliefden loopen langzaam waar het geldt Mo
Den dood te vinden. Moed. De arme jongen zit
Zeker aan ’t strand. Bed. Beproef het. Moed. Zweert gij mij,
Dat alles waar is wat gij hebt gezegd?
Bed. Ik gaf mijn eerewoord en ’k zweer u bij l4
‘ De goden, de onderwereld en de zon ....
Moed. Ook bij de schim uws vaders. Bed. Ook bij haar,
Dat ik geen enkele leugen heb verteld. ‘
.• ~;’ ..­ d WM . <a: »·y,, ~·;: < · " . __ - · .,_. M . .. ..- ;.. ,_ _ .,,. _ - , ·· , j - __ . ' ’