HomeIdyllePagina 27

JPEG (Deze pagina), 954.95 KB

TIFF (Deze pagina), 9.56 MB

PDF (Volledig document), 27.24 MB

l
Als was ’t een zuigling. Bed. Er vergaat geen dag,
Of ’k zie een nieuw bewijs voor wat je zegt.
Vanavond nog - hier op dezelfde plek ....
L Moed. Wat was daar? Bed. Wel, iets dergelijks. Moed. Hoe zoo?
Bed. Ik vond een jongen, die zich wou verdoen. j
Moed. Wat voor een jongen? Bed. Knap, flink uit de kluiten.
Moed. Een lange boonenstaak? armlijk gekleed? j
Bed. Arm, maar niet zonder zwier - je kent hem dus?
Moed. Misschien. Maar wat heeft dat met uw verhaal
j Of met een schat te maken? Bed. Toen ik hem
Zoo sikkeneurig ginder zitten zag ·
Begon ik een gesprek. Moed. Verder. Bed. Daar bleek,
Dat zulk een arme schooier iets bezat,
Dat meer dan vijftig maal de waarde heeft
Van ’t bronzen beeld. Moed. Wat dan? Een edelsteen,
I Paarlen, kostbaar koraal, een halssieraad?
Bed. Daarover moet ik zwijgen, zelfs den naam
Mag ik niet uitspreken, maar daar ik ook `
Toevallig met een rijken zonderling
Bekend ben, bood ik hem .... Moed.Veel geld? Bed.Vrij veel,
Tweehonderd stukken gouds. Moed. Gekheidl Bed. Mijn woord
’ Van eer. Moed. En wat deed hij ? Bed. Hij was verstandig,
Begreep, dat waar een rijkaard zooveel bood,
De zaak nog grooter waarde hebben moest ,
Hij weigerde! Moed. Tweehonderd stukken gouds ....
Men kan een hofstee en een visschersboot ....
Bed. Hij wil wanneer de tijd komt, zelf zijn schat
# Gebruiken. Moed. Wist ik wat het wezen kon ....