HomeIdyllePagina 20

JPEG (Deze pagina), 904.84 KB

TIFF (Deze pagina), 9.50 MB

PDF (Volledig document), 27.24 MB

H?

En keert met stekelbaars, bedroog zichzelf.
Ik zoek de liefde niet, ik zoek de liefste.
In °t vormloos water jaag ik iedre visch,
Te land hangt aan een enkle mijn geluk.
Bed. U gaf het wijf, dat u een droomer schold,
Te weidsch een titel ; hij die droomt bezit
Al wat het leven weigert -­ onze ziel
Staat ver verwijderd van de werklijkheid.
Kn. Diepe gedachten zijn een schrale troost,
Voor wie zijn ziel en leven redden kon
Met vij ftig werkelijke stukken gouds.
Bed. Slechts vijftig ­- is dat alles? Kn.’t Is genoeg
Mij rijk te maken in dit arme dorp.
Bed. Waar zoo geringe som u beter schijnt
Dan groot gedroomde schatten, weet ik raad, j
Uw wenschen te vervullen. Kn. Bergen dan
De vuile plooien van ’t gelapte kleed
Regens van goud? Bed. Neen, maar de plooien van
Mijn oude hersens bergen beter schat.
Kn. Wijs is een arts, die eerst zich zelf geneest.
Bed. Ik ben als een, die niets bezit en niets
Begeert, welkom in burcht en hut, en weet, Be
Hoe dikwijls juist den rijken man ontbreekt K
Wat armen geven konden. Kn. Noem mij slechts Be
Een werk, dat vijftig stukken gouds verschaft, Be
Ik zweer bij ’t haar der liefste, dat mij niets
Te zwaar zal zijn. Bed. Zweer niet te spoedig. Hoor:
Een dagreis verder woont een rijke Pers. K

2 E
we ·_ . ­.,.,.. .i;s.«,,,.a .,.> . ,. _. _. ._ ,, . ~«~ s- "¤*¤h•¤