HomeIdyllePagina 17

JPEG (Deze pagina), 841.31 KB

TIFF (Deze pagina), 9.47 MB

PDF (Volledig document), 27.24 MB

lx
il

Terwg)7 wreken, zlv de öeefe/uur wzgemerét zal de
sc/zaduw van áeï 0/gyföosc/zje geêomerz, gzet e/e érubê l
mk en verdwgyäzt weer. l
Kn. Neem u in acht, oud wijf, weg met dien stok,
Terg mij niet verder. Moed.Wou je mij misschien {
Doodslaan, jou lafaard. Sla een oude vrouw. {
Raak wat, vermoord de moeder van het kind jg
Dat je verleid hebt. Mei. Liefste. Moed. Scheer je weg, *
Ik heb jouw hulp niet noodig. Voort, naar huis. _
Kn. Blijf hier, blijf hier. Mei.Vaarwel.Wie heeft mijn kruik .... (
áemerát da: de éruzlê leeg ziv. jj
Moed. Nog meer gebeuzel. Haastje wat. Enjij,
Kom met je melkgezicht niet in mijn buurt,
Voordat je een vrouw kunt onderhouden. Marschl
M oeder en M ezhye ez
`
IV. J
Kn. (ez//een) Alleen en zonder hoop. - Goden, waarom J
Rooft gij een droevig leven it laatste schoon.
Hier sta ik vriendenloos, eenzaam, verdwaald. z.
V Het donker water lokt zoo moederlijk,
Als wist het troost voor alle bitterheid,
De troost des doods.
lïëï, Bed. (apéamemi) Spreek nooit een grooter woord
En bega nooit een onbedachter streek.
Dan noodig is. Kn.Wie sprak daar? Bed.Zeker niet
J De stem des doods - de zwarte knekelman
r 2
i
{ .