HomeIdyllePagina 15

JPEG (Deze pagina), 817.59 KB

TIFF (Deze pagina), 9.48 MB

PDF (Volledig document), 27.24 MB

l
ii
Vergoed ik alles wat gij nu ontbeert.
Wanneer .... Kn. Nu zingt gij zelf het koekoekslied.
Maar waarom dezen schoonen nacht vergald
Met nutteloos gekibbel ­- gij zijt hier, jj
rhts Ik streel uw warme wangen, zie uw oog
Lichten in ’t donker. Waarom zoek ik meer! {
Mijn hoofd rust aan uw borst; uw adem is
Seringengeur. Vergeten is mijn leed jl
En al wat was en komen kan. Mei. Stil, stil. ·
Kn. Wat kan ons scheiden?
III. L
De maec/erêamt. li ;
Moed. Heb ik °t niet gedacht!
Dat zit natuurlijk aan de bron en vrijt
Kust, krolt en Hikflooit als een maartsche kat. ï
Moest daarom onze kruik zoo laat gevuld? `·
Dat treuzelt tot het donker wordt en dan
Is moeder met een praatje gauw gepaaid.
Jou liederlijke prij, jou leugenbrok, l
Naar huis. Mei. Moeder! Moed. Naar huis of met mijn kruk " 1
Smeer ik je beenen. Mei. Moeder! Kn. Moeder, hoor ....
Moed. Jouw moeder, gore dagdiel, ben ik niet.
Kn. Een enkel woord .... Moed. Een enkel woord van jou,
Dat zijn er honderd, die zoo gauw en glad
Als jonge paling glijden uit de fuik. `
Jouw tonglap druipt van louter zoetigheid,
1 1 J