HomeIdyllePagina 14

JPEG (Deze pagina), 905.76 KB

TIFF (Deze pagina), 9.48 MB

PDF (Volledig document), 27.24 MB

Kn. Koud hart, dat enkel uit berekening,
Den minnaar ’t liefste dat hij wenscht ontzegt.
Mei. Warm hart, dat van de liefste juist verlangt
j Wat hem genot ­- haar droefheid brengen moet.
Kn. Droef heid? misschien ook vreugd. Mei. Als moeder rechts
Aan °t kijven is en links het kindje krij t,
Dan valt het zwaar met eenen voet de wieg
Te treden, met den ander °t spinnewiel.
Intusschen ligt gij droomend in uw boot
Te loeren naar de meermin. Kn. Duizend maal [
Riep ik u toe: werp als °t versleten kleed
Uw oude leven weg -­­ zoek in de verte
Een rijker door geen booze stem gestoord.
Mei. Gelooft gij niet, dat elke windvlaag mij
Stemmen toedragen zou, dat iedre zucht
Der bries mij als de doodsnik klinken moest
Der oude, die ik hulploos achterliet?
Kn. Denk aan uzelf- aan mij. Mei. Ik doe niet anders.
Maar voor ons nieuwe huis waar’ moeders vloek
Een kwade grondslag. Kn. Zoo bederft, wie zelf
gif Van ’t leven langer niets verwachten kan,
Voor ons de toekomst. Onze blijde jeugd
Gaat willoos onder in de slavernij
En dorre zelfzucht van den ouderdom. Mg
Mei. Gij hebt geen moeder. Kn. Is dat een verwijt? E
Ik heb haar nooit gekend. Ik hunkerde
Naar liefde, tot ik u gevonden had.
Mei. Mijn arme jongen, heb geduld, eenmaal
T 1 o
r,,·mmg·K ­»·ä%g‘".;;·§,,»*:·=w "*‘­·"