HomeIdyllePagina 13

JPEG (Deze pagina), 848.35 KB

TIFF (Deze pagina), 9.46 MB

PDF (Volledig document), 27.24 MB

Vinden twee handen en een helder oog
Vrienden en werk. Wat toeven wij dan hier? j
Welige branding zingt een bruiloftslied,
` De jonge maan voert rijzend aan de lucht E
De blanke sterren tot een koor. Mei. Mijn vriend, j
Uw spel met schoone woorden klinkt wel zoet,
Maar vraag de koele maagdelijke schijf
Ofkoppelaarster spelen haar behaagt.
Kn. Hoor naar het fluisteren der duisternis j
Tusschen het ranke ritselende loof `
` Van gindsche olijven; heel de lucht is vol ­s
Van weeke geuren en van zachte stemmen; li
Nu heerscht de hartenbindende godin, il
Weersta haar niet. Mei. Liefste, ik voel als gij
Al de verlokking van den zomernacht
Prikklend als jonge most. Kn. Weersta haar niet,
De dagen gaan als zwaar gewapenden
In phalanx, elk van hen regelt den tred ’
Naar de andren, tot geen oog hen onderscheidt. I
De nachten vliegen als een zvvanenzwerm,
Gebonden in hun ongebondenheid, ;
` Elk vrij, elk anders, elk met eigen schoon. ` j
Mei. Wees Wijs des daags en dartel in den nacht!
Hoe graag vergeten mannen, dat voor ons
De strenge dag lichtzinnigheid der nachten i
BestraH`en komt. Kn. O, Wees niet al te wijs.
Wanneer gij mij zoo liefhadt als ik u .... `]
Mei. Dan zou ik dansen naar uw zoet gepij p.
9