HomeNarrenwijsheidPagina 24

JPEG (Deze pagina), 775.78 KB

TIFF (Deze pagina), 9.58 MB

PDF (Volledig document), 24.55 MB

V L ' ä yu lx vä M X W änvüs ·>=ëAM'N
~· ~·• ­ . i .·, L.‘.=:»:·­¤¤¢ ­.`~ wi <~ ­·.·¥» »‘•v§tJQ··;».«á·L‘«’x·2§§‘ï¥á;X»l Q:.M,- ¤§«*§.=ä,{'Bï;§aQ­‘¥$.‘¤i~'bJ.:.·à·<ä ``‘> _ _;`
E P
December. Het winterland lag dof en dicht in den hopeloozen
Zondagmiddag. .-
In het doode gras gingen zacht mijn voeten.
· Op den vuilen akker lagen slenters blad j
En er was een veld`e met bevroren koolen. ‘ F
ig l J O • '
j Een schrompelig blaadje zwikte nog, aan een tak;
ver zwierf een kraai.
Misschien een bode?
_ Een hoeve stond gedoken in zwartig hout,
Een vrouw ging naar den regenbak, binnen waren
kinderen.
_ Het werd donker.
Op het ijs lag een steen.
Voorbij.
Waar was mijn huis?
Roerloos stonden de smartelijke boomen, het
doode riet was stil, zoo stil.
“j Wat zwegen zij, wat werd er toch gezwegen?
Ik wilde roepen, maar het kon niet,
Er was geen antwoord. jl
i Slapen maar, slapen.
ä i Maar waarom was er geen antwoord?
Het spoor op den weg wees ver,
Er blafte een hond op een hoeve.
i
24
ij"
li
li;
il
{ ,_+_ Jrg ............m>..___.J-­­--a-_···-·‘·**"*"*’_"“"‘^")/iqi `àwü
·g¤;»;gz w OA WIW