HomeHet aangezicht der aardePagina 49

JPEG (Deze pagina), 0.97 MB

TIFF (Deze pagina), 9.72 MB

PDF (Volledig document), 41.22 MB

AAN CHARLES PEGUY
Ik heb u niet gekend, man met den ijzren baard
En met den manteljas der laatste idealisten;
Hoe ook mijn mijmering naar uw verschijning giste,
I In mijn verbeelding leeft de man niet die gij waart. ·
Ik heb u niet gekend, de handen op uw schoot, i
Geschoren jongeling met ’t blanke paar manchetten,
En met uw trotschen blik nog vrij van tucht en Wetten
En ’t rechte boordje dat uvv maagren hals omsloot.
· Ik heb u niet gekend, glorieuze luitenant,
· Die met doorschoten hoofd onsterllijk nedervielt
Op den omwoelden grond van °t zelfde lieve land
Dat gansch uw kort bestaan bekoord had en bezield.
t . . ·
1, Maar als 1k aan u denk, des nachts in dezen zomer,
In °t vreemde land waar ik op de verlossing wacht,
En uw geschriften lees van helderzienden droomer, ‘
(De bloem der lijsterbes geurt 1n den lauwen nacht)
A Dan verrijst voor mijn blik uw boersch en fier figuur
Q In °t kleine huis van een der oude fransche steden;
i •
Naast kleurge prenten uit het vaderlandsch verleden,
Siert er een mager kruisbeeld den gekalkten muur. r

Daar zoudt ge als kind voor °t eerst het leven ondervragen,
; · ` Daar ontsproot voor uw geest de steeds onzichtbre bron; Y
_ï Daar leerde u iemand, in die blijde en stille dagen,
" • .
ï Uw schoone taal: grootmoeder die met lezen kon.
ï 433 I
*
ä q ï
* V ~, M nl _ . , ­¢:@%:l?·‘·f'Q‘Bçf7§ESïF""‘Y‘?,3¥  'iï[êï’ Ji"