HomeHet aangezicht der aardePagina 41

JPEG (Deze pagina), 740.73 KB

TIFF (Deze pagina), 9.57 MB

PDF (Volledig document), 41.22 MB

I DE Doom-1oF
vt 3 Ik zou geen droomer zijn, zoo ik niet ging ten dool {
- In doolhofs duister rijk, geplaagd door mijn verlangen;
. Nieuwsgierig of daarin geen wonder zich verschool, ·_‘ ;
Dwaalde ik er meermaals rond, in ’t lokkend loof gevangen. ·
j Ik kon wel in de verte °t lied der vogels raden,
Vernam in koele schauw het bruisen van de bron, I
Maar- hunkerend alreê naar wat ik straks versmaadde:
De vrije lucht, het veld, °t oranje licht der zon.
r
Ik zou geen droomer zijn, zoo ik niet werd bekoord
Door een jongteeren lach of een verleidend woord
Die mein °t onzichtbaar net van nieuwen wellust bonden; l
Maar geen kon ooit mijn hart zoo diep, zoo duurzaam wonden,
Dat ik den gloed vergat van liefdes aangezicht, ‘
En van mijn aardschen nacht het hemelsch, eeuwig licht.
e
I
J ï
I


I
2 s n
A
2

Q ` ~ · V ¤« 5 ,;§g, ¤ R " ;;äg;E§g§;§·;;g·;e5w¤::~·n;,,_m«ww-: ij