HomeHet aangezicht der aardePagina 33

JPEG (Deze pagina), 926.79 KB

TIFF (Deze pagina), 9.49 MB

PDF (Volledig document), 41.22 MB

. Soms in een onweersnacht, gezeten aan den steven,
_i Verneemt hij °t noodgeschrei van verren albatros, ",
En ziet een lange rilling gansch de zee doorbeven,
Tot aan de kimmen toe van bliksems weerschijn ros. *
Maar och, na storm en mist van ’t onstandvastig noorden,
Hoe glanst het duurzaam blauw der middellandsche zeel "
ien Hoe zingen melodieus, langs haar beschuimde boorden,
Vrouwen in druk bedrijf! Hoe lokt hier elke reel
l
En hij geniet de vreugd der zonnige achternoenen, .
Waarin het leven bloeit van dit bevoorrecht land, . {
V, Al schuiten met een vracht van geurige citroenen > I
Varen met bonte zeilen langs het blanke strand, èyfj
Totdat de schemering den nevel traag doet dalen, ` [
Wiens sluier overdag den groenen berg omspon, Q
En de cypressen maakt tot schimmen, die in ’t vale, F
Bedrieglijke avonduur nog glimmen, rood van zon. ,
Maar weer verdwijnt dit beeld. In eevnaars blauwe nachten j `
Vliegt langs de zee het schip, een vogel vederlicht. j
Dan ziet zijn oog den droom waarnaar hij droomend trachtte:
Van nieuwe sterren ’t ongekende en kleurig licht.
V Aleer de dageraad uit goudbeslagen deuren
Treedt van den horizon, en eer de blauwe rust
Der nacht in licht zich oplost, ruikt hij reeds de geuren
Van vreemde bloemen bloeiend aan nog vreemder kust.
2 7 g j
t
rz
r.
l
` ¤»=~· . ~ i . ‘ " ‘ ‘ ' E E ' ' r · Wo E V )