HomeHet aangezicht der aardePagina 32

JPEG (Deze pagina), 948.16 KB

TIFF (Deze pagina), 9.48 MB

PDF (Volledig document), 41.22 MB

~_` " a ' "‘ ‘‘‘‘‘ W r Y - ~···*r·­·­·~ ~ ~-« ­--~­­ -~--v--« #'•"•, W .­­·­«4'¤"'!U••wn··•~•«­«,~.­v•v·«~·«<«,..,r.,.,, ~.,..,;,._ ,,_______V__~ _
` DE GEDROOMDE REIS I
Wie door het polderland de blauw rivier ziet stroomenr
~ In meischen morgenstond oflauwen najaarsdag,
p Bespeurend door het net der lage wilgeboomen
Den weerschijn eener kiel, de kleuren eener vlag,
Gevoelt hoe, bij het denken aan verleden wenschen,
°t Besef des levens in hervonden droom vergaat,
‘&i` .
En heimwee hem bevangt naar °t verre land, waar menschen
: Gekleed gaan in de pracht van purper en brocaat.
ïï Gezeten in het gras van den verlaten oever, I
Weet hij zich rijk, daar wat het leven hem ontzegt
De droom hem schenken kan, die trooster en beproever,
Die redt wat hij vernielt, en wat hij opbouwt slecht.

Hem hoort de wereld toe met alles wat de hemel
Ooit heeft belicht aan pracht bloeiender heerlijkheên:
De stilte van het land, der steden blij gewemel,
En het verborgen woud door menschen nooit betreên.
En hij begint zijn tocht langs zeeën, oceanen,
Met sneller koers naarmate °t zicht verwijdt. Hij ziet
Geen tweemaal aan dezelfde kim het zonlicht tanen,
En wat hij gistren zag weet zijn verlangen niet.
`
Zoo ziet hij landen rijzen, landen weer verdwijnen,
En verre steden staan waar straks de zon verzinkt,
Wijl uit het kantwerk van der torens oude schrijnen
Hem zilvren beiaardspel begroetend tegenklinkt.
2 6
V
f
ii `
”""*°<-‘I - ácëväaïaemwmmaxm _.·­· gr «v·;<=«g‘·r=vza2»·~~·`·~ "·~‘·sèavèv·wmï­m>.¢:ü··h<w¤ä<@<#*=ä/è‘?#F# ’'‘‘‘ wi » >­»» "¤· `»> , ï s_ , , ;e ..;.;.. e.<x#s2m‘äa‘ ,¤~= ‘ ’