HomeHet aangezicht der aardePagina 22

JPEG (Deze pagina), 942.05 KB

TIFF (Deze pagina), 9.60 MB

PDF (Volledig document), 41.22 MB

DE ZWALUWEN
I Ik hoor een stem die, diep in °t woud verborgen, v
Des zomers einde langoureus verkondtz I
Reeds spint de spin, en in bedauwden morgen
Drijft broze herfstdraad in de wouden rond.
Hoor nu: zij komen zingend aangevlogen I
Op den gestelden tijd, van heinde en ver;
°s Morgens denkt men: nu zijn zij voortgetogenn.
I, Zij keeren weer met °t licht der avondster.
’ Wat geeft het haar dat berk en beuk vergelen,
{Dat in het zuiden nieuwe zomer wacht?
Zij scheiden noode en blijven lieflijk kweelen,
Zoolang wat zon in blauwen hemel lacht.
En elken morgen cirkelt om den toren
Der zwaluwen reisvaardig-snelle vlucht... g
Mij blijft het dralend najaar zóó bekoren, j
Dat ik, als zij, de nakende afreis ducht.
in Nu gaan zij heen: één vlucht van blauwe zwingen,
Een kwettrend lied in grijzen morgenstond...
Waarheen, waarom? Komt vreemde macht u dwingen
, °t Land te verlaten waar gij vreugde vondt?
Ach, als ik ga, wacht mij geen nieuwe zomer! li
Is ’t wonder valt ook mij het afscheid zwaar
Van schoonheid die ’k doorleefd heb als een droomer, e
Eén in verbeeldin met den roei van ’t `aar?
ai, > g• g J i
I 6 yï
;;ïïj
·
e Q
ai? ?
rt
* 6 ,,, ór. . . r M ­. » . i. s ,~ ~ » . ··`· `•-­-·