HomeHet aangezicht der aardePagina 17

JPEG (Deze pagina), 948.62 KB

TIFF (Deze pagina), 9.56 MB

PDF (Volledig document), 41.22 MB

_ wa W W. .., .. , Wvg Y. . . _ in .,. . , -«­­.­.»......«. -..... -. _,
E
BEMIN N ELIJ KE NACHT ,
Beminnelijke nacht, die, als de lampen branden, t
3 De daden en ’t gelaat der wandelaars vermomt,
Hoe snakken de door drift of heimwee overmanden
Naar °t krachtig lied waardoor hun zachte klacht verstomtl
Zij, die bij dag gebaar of woord van liefde derfden, I
En bleven aan den droom gedroomder jonkheid trouw, j
Zij vinden, zelfs de meest verlaten en onterfden, i
Licht in uw schaduw, nacht, den glimlach eener vrouw; H
En ’t geen de zon hun toont als een getooide logen
Kan in uw duisternis waarheid en liefde zijn, i
1W€¤ Want langer zien zij niet, in helderglanzende oogen,
Van °t dagelijksche leed den troosteloozen schijn. ' I
Maar in uw schaduwen laat gij het masker gloren l
Van liefdes aangezicht, bereid tot wulpschen zoen, `ïè
; En schenkt de schoonheid van de dingen die bekoren
X Aan oogen zwart en diep, aan lippen vermiljoen.
Wie zijn aan uwe koorts, o nacht, niet onderhevig? s j
Gij voert uit medelij droefheid en liefde saam,
En deze, troosteres, goedwillig en goedgevig,
Glimlacht de dolers toe bij °t fluistren van haar naam.
I Haar hand en hals zijn blank, haar mond en wangen geuren; ii
W Des volgen zij het spoor door glimlachs gloed geleid:
Watdonker scheen in °t licht krijgt in het donker kleuren,
En ’t vliedend oogenblik heeft duur van eeuwigheid.