HomeHet aangezicht der aardePagina 12

JPEG (Deze pagina), 954.85 KB

TIFF (Deze pagina), 9.52 MB

PDF (Volledig document), 41.22 MB

Qi ; . ‘··~ » `· «. ·· ­t .. ‘. ­m.a.«..i-»......«·»,n._ !
MIJ MERIN G IN VOORJAARSNACHT j
Na langen regen waait de nachtwind zoel.
De droppels druipen hoorbaar van de boomen, I
· De wolken worden zichtbaar, en ik voel, j
Ik hoor, ik ruik het voorjaar in het doomen i
Des morgens... In de verte kraait een haan;
Ik hoor mijn stappen langs de straten gaan. i
De stad is dood. In °t geurdoorwaaide duister
Brandt nog een enkel laat, citroengeel licht. P,
Waar blijft de nieuwe, langverwachte luister? `"
j En ongeduldig doet men de oogen dicht... {
Herinnering aan dagen die vergingen .
Komt dan het hart verweeken en doordringen. l
Eens droomden wij met ernst en trots en moed
Van strijden, werken en veroveringen;
Wij waren jong en hadden veil ons bloed
Om al wat schoon was stervend te bezingenl
Nu gaan onze oogen open en wij weten:
Iets edels ging te loor van ons geweten.
wm *
Mij ging het als veel andren: ik bezweek...
Toen eindelijk, o lang gedroomde zoetheid!
Een lieflijk oog naar mijne zwakheid keek
Met weemoed, liefde en eindelooze goedheid.
Weer steeg mijn hoop en weder slonk mijn kracht:
Mijn leven zweefde tusschen dag en nacht. ,§
je ‘
ui?


~ I I ï