HomeDe cederPagina 22

JPEG (Deze pagina), 753.43 KB

TIFF (Deze pagina), 9.73 MB

PDF (Volledig document), 20.73 MB

fg S; ` i i vY”`v%`_Y­»vw*"r"_vvY> "` Y`vmv"`_’”"­“_v__Fv""<"à_"°'à_""Yr`1"' ""” ""”""""""""*¢"*""!!*"*""* ' ,
Broederschap j
lia? `; j
Naakte kindren spelen bij de bron E
In de zon; j
T wilde water schuimt en spat j
Over ’t weeldrig bloeisel dat ik
§ Vlekt en vlamt in vreugd van Mei;
En die kinderen zijn wij.
a f ? .
Onder ’t koepeldak der koele laan I
ä - * Toeve° en gaan
.
i s De geheven, schuw, verlegen
Angstig voor den zoeten zegen
Maar bereid, bevrijd en blij;
En die minnenden zijn wij.
jj In het ritslend gouden zomerkoren,
Gansch verloren
.. . .
Onder ’t wijde middaglicht,
Met hun snelle felle zicht
Slaan de maaiers in de rij;
I En die arbeiders zi`n wi`.
·- Ex J J
aïiêlï
Langs de mulle troostelooze wegen
De’ avond tegen,
ggz; .
·- i Buigend onder mars en zak
Gaan de zwervers zonder dak ­-
Zwoel en zinlijk geurt de hei -­-;
j En die zwervenden zijn wij.
'
nl
ag V V , - · _ s