HomeHet zatte hartPagina 23

JPEG (Deze pagina), 657.55 KB

TIFF (Deze pagina), 9.90 MB

PDF (Volledig document), 19.99 MB

W » ‘ •v« `Tg i‘
l
IV. Gij zijt altijd de Naakte en de Verzaakte;
gij zijt, die spij t bewoont en vreeze wenkt,
2 o gij die klaar me maakte alvóor 'k ontwaakte
l en wier gedaant' mijn donkre droom gedenk t.
Waar is de huik, wáar zijn de wollen kleêren
die u verduiken vóor ik u begeer?,
gij, trouwe diensbmaagd des geniepgen heeren;
j ik, wrokk'ge meester ie uw kuischheid weer.
VK/vant gij zult nooit van mij de schennis weten
j die u verheflie tot gesmade vrouw.
j Mij n leven is tot op den draad gesleten,
uw lijf te rijzend voor te ongen rouw.
Ga heen dan, gij de schoone en noö-getrooste,
gij zondares met de'al terreinen blik.
- o Smadelijke bronst om uwe brooschte:
j bewaar uw zorg den ongeboren krooste
i die 'k nimmer zie gedijen, ik.
19