HomeHet zatte hartPagina 18

JPEG (Deze pagina), 673.37 KB

TIFF (Deze pagina), 9.90 MB

PDF (Volledig document), 19.99 MB

P

I] zijt gedrieën die mij eert,
gij zijt gedrieën diemij deert;
g1j(ur1ge,en gij Mijde,
en 1 , van hoo te Bh de.
S l P l
Gij zij t gedrieën die mij vergt,
die mijne weigeringe tergt:
gij Zwij gende, en gij Luide,
gij, Rinsche als lente­kruiden.
il
{ Gij, loeiënd als uw haar van goud;
gij, diie uw bonzend harte houdt `
onder uw heete handen;
en gij, die hèl kunt branden:
gedrieën gjj, gezustren gij,
die huilt, o de oogen sluit, of blij
om mij blijft reikend rijzen
als naar de zonne­reize,
wat heb ik uwen angst van doen?. .
­­ Gnt es den mantel en den schoen; S
. S P
zit neder in den haarde jg
bij spinne-wiel en schaarde;
I4

zi
js
2
gi
l

è-.