HomeHet zatte hartPagina 15

JPEG (Deze pagina), 715.80 KB

TIFF (Deze pagina), 9.94 MB

PDF (Volledig document), 19.99 MB

,¢·~ * S i , Y / '¥.
...Aldus mijn heet verlangen
Uw weelden tegen, onverheeld.
­-­ Helaas, ik hang dees zangen
W ten voet van een gevallen beeld...
j De dagen zijn verglommen,
i en de uren die mijn stem verstrammen en verstommen
zijn nakend. Is mijn zomer heen?
Gij zijt aan mij voorbij die waart mij toegekomen,
o Schoonheid; en ik treur, want in mijn vroomste droomen
voel ik mijn harte koud en hard gelijk een steen.
Ontwaken? -­ Ach, ontwáken . ..
De droom en is niet uitgedroomd
i of 'k sta, gedoofde bake,
j in 't land waar zwart mijn avond koomt.
j Wie heeft het licht geblazen?
-­ Het leven loont geen waan met eeuwigheid, gij dwaze,
en zelfs geen dood en loont een waan.
Wie docht zich weêr­schij n van de Schoonheid? Heur gewaden
zijn dik en dichte wien Heur naaktheid durft te raden,
W en gij blijft met den smaad der eigen naaktheid staan. i
II