HomeJoan Luykens Duytse Lier, 1671Pagina 2

JPEG (Deze pagina), 867.35 KB

TIFF (Deze pagina), 9.12 MB

PDF (Volledig document), 2.75 MB

In 1 Q2 1 is het 2 5 o jaar geleden dat de Duytse Lier
j van Joan Luyken het licht zag. Wij meenen dat er
. geen waardiger en meer practische wijze bestaat
om een dichter te eeren, dan het heruitgeven van
- zijn werk, vooral wanneer dit werk nog niet de
h plaats heeft ingenomen, daar het, naar onze over-
A tuiging, recht op heeft. Tot nog toe was, in de
oogen van een al te groot aantal litteratuur-beoor-
deelaars, de plaats van Joan Luyken een verloren
en verlaten hoekje. Luyken was nu eenmaal een
vrome poëet. Hoe levendig nochtans en hoe zuiver
i klinken de liederen van de Duytse Lier naast de
A ernstige en gevoelige rythmen van de reeks gebe-
den en lofzangen, waar bijna gansch het werk van
` dezen mistieken dichter uit bestaat. Twee schoon-
heden staan hier naast elkaar, twee schijnbaar zich ~
tegensprekende en toch even oprechte uitingen _
. van de eeuwige dualiteit der menschelijke natuur:
de vereering van het aardsche leven, de zucht naar
. liefde en geluk, en het misprijzen van al het ver-
gankelijke, het heimwee naar eene bovennatuur-
lijke schoonheid die beklijft. Dit eerste gevoel is
het, dat Joan Luyken uitspreekt in de Duytse Lier,
het werk zijner jeugd. Een groot aantal der daar
i in voorkomende liederen bezit die natuurlijke be-
koorlijkheid die, over de geijkte beeldspraak van
den tijd heen, het hart ontroert, dat daarin den wa-
_ ren toon der amoureuze poëzie herkent. Het is een
klank van het instrument dat Hooft zoo vorstelijk